skeyes hecht veel belang aan het terugdringen van de impact van de luchtvaart op het milieu. Hoewel de potentiële bijdrage van het luchtverkeersbeheer aan die vermindering naar schatting slechts 6% bedraagt, zet elke actie de algemene inspanningen kracht bij. Om de doelstellingen van de Europese Green Deal te behalen, werkt skeyes voort aan het implementeren van zijn Environmental Action Plan, ontwikkelt het projecten, past het nieuwe procedures toe en werkt het samen met zijn partners. Elke vluchtfase - grondbeweging, opstijging, en-route, nadering en landing – wordt geoptimaliseerd om het brandstofverbruik of de geluidshinder te verminderen. Dat de GreenATM level 4-accreditatie in 2025 in wereldpremière aan skeyes werd toegekend, is het toonbeeld van zijn krachtige en voortdurende engagement voor het milieu.
Brussels Airport: aantrekkelijk wegens de stiptheid
Een van de doelstellingen van de wetgeving voor het Gemeenschappelijk Europees Luchtruim is het terugdringen van de impact van de luchtvaart op het leefmilieu. Daarom voorziet het FABEC-prestatieplan in een prestatie-indicator om de horizontale en-route-vliegefficiëntie te meten (KEA – Key Performance Environment Indicator based on Actual trajectory). Die indicator is enkel van toepassing op FABEC in zijn geheel en vergelijkt het werkelijke traject dat een vliegtuig volgt, het traject dat gepland is in het vliegplan en de kortste route die door de Network Manager (EUROCONTROL) wordt aangereikt. Het resultaat van die vergelijking is een score die overeenstemt met de horizontale vlieginefficiëntie, d.w.z. het percentage dat afwijkt van de ‘ideale’, meest ecologische route.
Werkelijke score van de horizontale vlieginefficiënte in FABEC in 2025. Ondanks een verbetering ten opzichte van 2024 mist FABEC zijn streefdoel dat zeer ambitieus blijft, gezien de dichtheid van het verkeer dat moet worden beheerd en de complexiteit van zijn luchtruim, op een haar na.
3,06%
Dit is de drempel voor de horizontale inefficiëntie die FABEC in het kader van zijn prestatieplan niet mag overschrijden. Die drempel werd in vergelijking met de vorige referentieperiode verlaagd en het niveau van de eis werd dus verstrengd.
2,89%
96,94%
horizontale vliegefficiëntie in FABEC. De meeste vluchten in FABEC volgen het meest milieuvriendelijke pad.
96,65%
In het Belgische luchtruim gebruikt de overgrote meerderheid van de vluchten de meest efficiënte route.
+3,74%
in vergelijking met 2024.
Doelstelling op het vlak van horizontale vlieginefficiëntie die niet mag worden overschreden in het Belgische luchtruim dat gezamenlijk wordt beheerd door skeyes (voor het lagere luchtruim onder 24.500 voet) en MUAC (voor het hogere luchtruim). Na een herbeoordeling waarbij rekening werd gehouden met het algemene FABEC-netwerk en lokale beperkingen zoals de complexiteit en dichtheid van het luchtruim, werd het vereiste niveau voor het Belgische luchtruim voor deze vierde referentieperiode verlaagd.
3,50%
inefficiëntiescore in 2025 in het Belgische luchtruim gezamenlijk beheerd door skeyes en MUAC.
3,35%
Voor skeyes is de manoeuvreerruimte voor de en-route veeleer beperkt door de structuur van het luchtruim dat het beheert: klein, beperkt tot 7.500 meter hoogte en doorkruist door tal van zones die gereserveerd zijn voor de militairen, met wie skeyes het delen van het luchtruim coördineert door het Flexible Use of Airspace-principe toe te passen. skeyes vergadert regelmatig met zijn FABEC-partners in de permanente werkgroep van het FABEC Environment Standing Committee om operationele oplossingen op het vlak van milieu-optimalisatie te ontwikkelen.
Voor het eerst wordt de doelstelling van de horizontale vliegefficiëntie in het Belgische luchtruim bereikt.
De score van de horizontale vliegefficiëntie in FABEC verbeterde, sinds 2019, met 8%; de score benadrukt hoe doeltreffend de samenwerking en de milieumaatregelen wel zijn. De vergelijking wordt gemaakt met 2019 omdat de jaren die daarop volgden, werden gekenmerkt door een verstoord luchtverkeer ten gevolge van de wereldwijde gezondheidscrisis.
8%
Deze verbetering sinds 2019 bedraagt 13 % in het Belgische luchtruim.
13%
Groene landingen (CDO - Continuous Descent Operations)
De naderingsfase verbrandt zeer veel brandstof. Bij een conventionele nadering daalt het vliegtuig trapsgewijs. Om dat daalprocedé te vermijden en het brandstofverbruik van de vliegtuigen terug te dringen, kunnen de luchtverkeersleiders het luchtverkeer zo regelen dat vliegtuigen kunnen landen met behulp van de Continuous Descent Operation-procedure (CDO). De CDO, ook groene landing genoemd, is een vluchtuitvoering waarbij het vliegtuig continu daalt, in de mate van het mogelijke met minimaal motorvermogen, afhankelijk van de vluchtkenmerken en de toestand van het luchtverkeer. Dit procedé maakt het mogelijk de geluidsoverlast, het brandstofverbruik en de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.
80%
van de landingen volgde de groenelandingsprocedure op Brussels Airport in 2025 (-1 procentpunt ten opzichte van 2024).
75%
van de landingen volgde de groenelandingsprocedure op Brussels South Charleroi Airport in 2024 (+2 procentpunten ten opzichte van 2024).
68%
van de landingen volgde de groenelandingsprocedure op Liege Airport in 2025 (-1 procentpunt ten opzichte van 2024).
Aantal CDO’s in absolute cijfers ten opzichte van het aantal aanlandingen in 2025
In nauwe samenwerking met de partners van het Collaborative Environmental Management (CEM) heeft skeyes in 2023 nieuwe milieu-indicatoren voor CDO’s ontwikkeld. Zo wordt de gemiddelde tijd om het vliegtuig horizontaal te laten vliegen onder een hoogte van 10.000, 6.000 en 3.000 voet geregistreerd om gerichte acties met het oog op verbetering te bestuderen.
werken we stap voor stap aan duurzame luchtvaart